Fragment 'Jaloers'
’Deze foto heeft de doorslag gegeven,’ zegt Geert en hij haalt een uitvergroot exemplaar uit zijn mapje. Ik zie mezelf uitdagend in de lens kijken. Er zit iets ondeugends in mijn ogen. Ik slik. De foto is té mooi. Ik durf niet naar Zoë te kijken..
‘Betekent dat,’ zegt Zoë plots en haar stem klinkt dreigend, ‘betekent dat dat Sarah het contract krijgt? En ik niet?’
Ik slik en kijk Geert geschrokken aan. Ik hypnotiseer hem bijna om hem neen te doen schudden. Tevergeefs.
‘Ja,’ zegt Geert terwijl hij Zoë recht in de ogen kijkt, ‘ik vind het rot voor jou Zoë, echt waar, maar De Loo heeft zijn zinnen op Sarah gezet. Hij wil alleen haar voor het contract.’
Een ogenblik lang hangt Zoë’s blik vast aan Geerts ogen. Dan schiet Zoë in alle hevigheid recht. ‘Smeerlap!’ schreeuwt ze. ‘Verdomde smeerlap!’ Ze haalt uit met haar hand en slaat het glas rode wijn over de tafel heen. Een rode regen daalt neer op de foto’s, op Geerts bureau en op zijn kleren. Ook Geert en ik zijn recht gevlogen.
Zoë draait zich om en vliegt naar de deur.
‘Zoë!’ roep ik, ‘Wacht! Loop nu niet weg!’
‘Zwijg jij!’ sist ze tussen haar tanden. Het gif druipt uit haar mond.
‘Jij! Jij! Jij!’ Ze wijst naar me en trilt over haar hele lichaam. ‘Altijd jij. Altijd de meeste aandacht! Altijd de leukste kleren. Altijd het meeste geluk! Je maakt me ziek.’
Ik kan niks zeggen. Ik sta aan de grond genageld. Haar woorden komen van diep. Heel diep.
‘Kotsmisselijk word ik van jou! Ik hoop dat je beseft wat je hebt, meisje. Want wie veel geluk heeft kan ook in zijn ongeluk lopen. Let maar op!’
Ze stormt de kamer uit en slaat de deur zo hard dicht dat het kantoor davert op zijn grondvesten. Ook ik tril op mijn benen.
‘O shit,’ zeg ik en ik laat me terug op mijn stoel vallen.
|